Flynn

Het verhaal van een HWSD-pony

In april 2004 kwam een droom uit: Flynn werd geboren. Een prachtig merrieveulen, dochter van mijn grote liefde Raven (Laughing Mary-Ann). Maanden had ik naar haar uitgekeken. Ze was een uurtje oud toen ik de stal binnenkwam en Raven me met haar grote zachte ogen verbaasd aan keek: “Moet je nou zien wat IK heb!!” Toen ik na een tijd alleen maar kijken, de box inging, duwde ze het wankele kleine diertje met haar neus naar me toe, en mocht ik meehelpen met “drooglikken” – wat ik toch maar met mijn vingers deed. Doordat ik dat mocht – niemand anders mocht van Rave in de buurt komen – had ik vanaf het allereerste moment een bijzondere band met de kleine Flynn. Ze maakte kennis met me in haar imprintfase, en ik hoorde als vanzelfsprekend in haar leven.

FLYNN021.JPG

Dat zou ook altijd zo blijven. Ze is altijd bij me gebleven en heeft ook haar moeder tot het laatste moment bij zich gehad. Zoals ik haar mocht verwelkomen in haar eerste uur, had ik ook de zware taak om haar te begeleiden toen we haar, bijna twaalf jaar later, moesten laten inslapen. En hoe bijzonder het ook is om een heel leven lang zo’n vriendschap te hebben, aan het begin en aan het eind te staan, het was veel te kort. Een pony als zij had misschien wel dertig kunnen worden. Ze had trektochten kunnen maken, kunnen springen en over het strand kunnen galopperen – ware het niet dat ze aan HWSD leed. De ziekte en de complicaties die daarbij kwamen, maakten haar pijn uiteindelijk ondraaglijk. Omdat haar levensverhaal een goede illustratie is van het leed dat HWSD veroorzaakt, zal ik het hier opschrijven.

  1. Wat is er toch aan de hand met haar hoefjes?

Achteraf gezien, klopte er al heel snel iets niet aan Flynn. Om van de geboortestal, waar ze de eerste nachten nog stond, naar de wei te komen, moesten Raven en Flynn een stukje over het erf lopen. Ik weet nog dat het me opviel dat Flynn een beetje “op eieren”  liep over het beton; maar ze was mijn eerste veulen en ik had gelezen dat de hoefjes in het begin nog wat zacht waren, dus ik zocht er niets achter. Dat zou wel zo horen, dacht ik.

Gedurende de eerste jaren begon het meer op te vallen. Ze had brokkelige hoeven en de bekapper wist er niet echt goed raad mee. Deze eerste jaren liep ze dag en nacht, zomer en winter buiten, met andere jonge paarden. Via mijn goede vriendin Inez, eigenaar van Flynns vader, hoorde ik dat ook de andere twee veulens van Easter van dat jaar dezelfde problemen hadden. Samen probeerden we uit te zoeken wat er aan de hand kon zijn. Had een van de merries of de hengst misschien een schimmelinfectie of iets dergelijks bij zich gedragen? Had er een verkeerd plantje in de wei gestaan waar de drie merries samen hadden gegraasd? We zochten naar een verklaring in dat jaar, want in eerdere en latere jaren, was er geen enkel veulen van Easter dat slechte hoeven had. Aan een genetische oorzaak dachten we daarom niet meer.

DSCF3633.JPG

 

Nog voor Flynns derde verjaardag vernam ik dat de andere twee veulens geëuthanaseerd waren. Een harde slag, want ik begreep heel goed waarom. Met Flynn wilde ik het echter nog niet opgeven. Ze had haar goede en slechte periodes en we zochten naarstig verder. Ze kreeg verschillende behandelingen, van acupunctuur tot homeopathie en de zorg van verschillende hoefbekappers. Alles hielp wel iets, maar haar voeten bleven slecht.

2. Opgroeien

Toch was ze niet vaak kreupel. Ze deed het eigenlijk best goed en we begonnen heel langzaam en voorzichtig met inrijden. Dat was een groot feest. Flynn vond altijd alles leuk en gezellig. Als veulen ging ze al mee op wandelingen, eerst met haar moeder en later met haar hartsvriendin Bibi. We deden spelletjes met vlaggetjes, balkjes en slalommen. Nieuwsgierig en ijverig deed ze overal aan mee, was nergens bang voor en wilde altijd meer. Het inrijden was een kwestie van opstijgen en samen overeen komen wat de hulpen betekenden; ze had het razendsnel door en reageerde licht als een veertje. En wat had ze geweldige gangen!

IMG_7235.jpg

In haar vijfde levensjaar kwam Annette Nielsen in haar leven; een gedreven en doortastende hoefbekapper die met mij samen zocht naar de beste manier om haar voeten enigszins werkbaar te houden. Flynn had meer massa gekregen en had vaker moeilijke periodes. Op zachte grond was het meestal goed te doen, maar op de harde weg was vaak duidelijk pijnlijk. Annette wist ook niet wat Flynn mankeerde, maar door de jaren heen wist ze de voeten telkens weer beter te krijgen als ze weer eens uit elkaar gevallen waren. Omdat we toen nog niet wisten wat het was, hoe het kwam of wat we eraan konden doen, gebeurde het natuurlijk dat er “opeens” weer stukken afbraken. Dat dit vaak samenviel met weersomstandigheden begon ons pas later op te vallen. Na een paar jaar besloten we naar een frequentie van elke drie weken bekappen te gaan. Dit bleek een goede ingeving: sindsdien bleven de hoeven beter bij elkaar en het gebeurde niet zo veel meer dat er echt grote stukken afbraken. Hoe moeilijk dat soms wat blijkt wel uit een verzuchting die ze op een keer gaf: “Ik wéét dat ik drie weken geleden nog geweest ben, maar het ziet er uit of er maanden niets aan haar voeten is gedaan…”

3. Volwassen worden

Gedurende deze jaren waren er een aantal keren dat het kantje boord is geweest. Zoals die keer dat ze niet meer kon lopen en ik eigenlijk al bijna afscheid aan het nemen was – tot ze een homeopatisch middel kreeg en binnen een week weer rondliep of er niets gebeurd was. Of die keer dat ze flink hoefbevangen raakte – HWSD lijkt die aandoening in de hand te werken. Of die zomer dat ze wel zes of zeven hoefzweren kreeg. Maar we kwamen al die moeilijke tijden te boven. En dat kwam vooral door haar enorme doorzettingsvermogen en hardheid – zelfs al was ze kreupel, dan nog kwam ze met glanzende ogen naar me toe, wilde het liefst toch op pad en bleef een vrolijke, lieve pony. Nooit was ze chagerijnig of gaf ze het op. Ik maakte met haar de afspraak dat ik het ook niet op zou geven zolang zij niet aangaf dat het genoeg was geweest. En zo kwamen we er telkens weer doorheen en kwamen er weer betere tijden.

IMG_1711.jpg

Haar doorzettingsvermogen kwam niet in de laatste plaats door de band die ze met haar mensen en haar ponyvriendinnen had. Haar grote liefde was Bibi, een pony die ik ooit in training kreeg, en die na veel avonturen bij me mocht blijven. Flynn was drie jaar toen ze in de kudde van volwassen paarden en pony’s mocht, samen met haar leeftijdsgenootje met wie ze opgegroeid was. Die keurde ze geen blik meer waardig. Ze rende naar Bibi toe en vanaf dat moment was het “aan”. In het begin was het Bibi die haar beschermde, maar gaandeweg draaiden die rollen om. Flynn ontpopte zich tot een dominante leidmerrie die haar Bibi en de rest van “haar” kudde met hand en tand verdedigde tegen iedereen die ze als bedreiging zag. En Bibi liet het zich heerlijk aanleunen. In haar laatste maanden veranderde dit, en werd Bibi weer degene die Flynn beschermde, bij haar waakte als ze ging liggen en andere paarden op afstand hield. Toen Flynn uiteindelijk stierf, stond Bibi naast ons, tot haar laatste adem.

boze flynn.jpg

4. Eindelijk een antwoord

Voorjaar 2013. Ik kom een foto op facebook tegen die inslaat als een bom. Een hoef, precies zoals die van Flynn. Hoof Wall Separation Syndrom, heet het dan nog, en ik weet meteen: dit is het. Dit heeft mijn lieve Flynn. Ik neem contact op met de onderzoeksgroep die mijn vermoeden bevestigen: de kans dat dit inderdaad een lijder is, is op basis van haar afstamming en de foto’s van haar voeten, heel waarschijnlijk. Vanaf dat moment verandert alles. Ik weet nu dat ze nooit zal genezen, dat ze waarschijnlijk niet oud zal worden. Ik lees wat ik kan en hoor ervaringen van anderen. Daardoor kan ik haar beter behandelen en zorgen dat haar voeten niet teveel uit elkaar vallen door plotselinge overgangen van nat naar droog en omgekeerd zoveel mogelijk te vermijden. Wanneer we haar twee jaar later laten testen, heb ik het zwart op wit:  “Two copies of HWSD mutation – animal is affected”. Ik wist het al, en toch komt het hard binnen.

Een tijdlang gaat het eigenlijk best goed. In de zomer staat ze weinig op het land, omdat ze gauw bevangen raakt. Maar als we dat in acht nemen is ze de rest van het jaar goed, en kunnen we zelfs lange ritten maken. Tot die laatste zomer. Ze verslechterd en het wil in de herfst maar niet echt beter worden. Ze blijft wat gevoelig en hoewel het niet schrikbarend is, lijkt ze alsmaar moeier te worden. Het is een vreemde warme winter, met nu en dan een felle, koude week. Haar hormoonsysteem raakt van slag. Haar metabolisme kan het allemaal niet aan. De glinstering in haar ogen wordt minder en ze lijkt vaak wat teruggetrokken, teneergeslagen. In januari raakt ze zwaar bevangen. Voor de laatste keer wordt ze behandeld door holistisch dierenarts Annika Ten Napel, die haar al vele keren weer op de been heeft gekregen. Maar ze twijfelt of we het deze keer gaan redden. Helaas blijkt haar twijfel terecht.   We doen wat we kunnen, ondersteunen haar met een suikervrij dieet, kruiden, hoefschoenen, massages en knuffelsessies. Ze krijgt een aparte paddock samen met Bibi. In een paar weken tijd gaat ze hard achteruit. Ze wil niet meer lopen en strompelt van stal naar paddock en terug. Ze is afwezig en de vrolijke, lieve Flynn lijkt langzaam weg te zakken. Het lukt maar niet om de pijn in haar voeten terug te dringen. Ik weet dat dit niet alleen maar bevangenheid is, dat de HWSD de structuur van haar hoeven nu zo verstoord heeft, dat het gewoon niet meer lukt om het goed te krijgen.

En dan is er geen keuze meer. Dan kun je niets anders meer dan die ene moeilijke beslissing nemen. Je hoeft niet meer. We stoppen ermee.

De laatste week staat Flynn op zware pijnstilling en nog wil ze amper lopen. We zetten haar samen met haar moeder en Bibi op een stukje gras en geven haar alles wat ze anders niet mocht: appels, wortels, koekjes en kuilgras.

20160313_122128.jpg

 

5. Afscheid nemen

Het is koud, maar haar vaste verzorgmeisje en ik zitten de hele dag bij haar. In de loop van de dag komen mensen afscheid nemen. We aaien haar en ze ligt de meeste tijd. Bibi en Raven scharrelen om haar heen. Er komen nog twee mensenvriendinnen en zo, omringt door liefde, slaapt ze uiteindelijk in. Ze is heel snel weg. Ze had nog maar een klein duwtje nodig.

En zo is de cirkel rond, van geboorte tot dood. Een leven van geluk en van pijn, wat zo anders had kunnen lopen als ze gezond was geweest. Had ik dit geweten, dan was ik helemaal nooit aan een veulen begonnen. Maar nu het zo gelopen is, ben ik toch dankbaar dat ik een vriendschap heb gehad met zo’n bijzondere en ongelooflijk lieve en dappere pony.

2013-05-05 16.28.58.jpg

Flynn 

28 april 2004 – 15 maart 2016

Advertenties